Mantelzorgers van niet-westerse komaf

U bevindt zich hier: Home | Thema's | Feiten en cijfers | Mantelzorgers van niet-westerse komaf

Mantelzorgers van niet-westerse komaf

Niet-westerse allochtone mantelzorgers bestaan uit meerdere groepen die onderling overeenkomsten kennen maar ook verschillen. In het algemeen geldt dat men liever geholpen wordt door familie dan professionele zorgverleners. Er heersen traditionele opvattingen over zorg door kinderen aan ouders. Vooral voor (schoon)dochters wordt dit als vanzelfsprekend gezien.

Het wordt gezien als falen, wanneer een dochter geen zorg kan verlenen. Er is een taboe op het inschakelen van professionele hulp. Ook worden anderen, buiten de eigen familie, niet snel om hulp gevraagd. Psychische of lichamelijke aandoeningen zijn vaak taboe en worden soms gezien als het lot of Godgegeven. Men vraagt 20% minder hulp aan buren dan dat autochtone burgers dat doen (Kloosterman 2015). De verwachtingen richting kinderen zijn hoog. Een generatiekloof tussen migrantenjongeren en -ouderen zorgt er soms voor dat jonge mensen de zorg niet als vanzelfsprekend zien in tegenstelling tot hun ouders. Het risico daarvan is dat deze ouderen onvoldoende zorg krijgen, omdat ze geen gebruik willen maken van professionele hulp en ook niet verzorgd worden door hun kinderen.

Cijfers over mantelzorgers van niet-westerse komaf

Op dit moment lijken er onder niet-westerse allochtonen relatief minder mantelzorgers te zijn dan binnen de autochtone groep . Het aantal ouderen in deze groep, dat nu nog relatief laag is, gaat de komende jaren echter toenemen. Bovendien komen lichamelijke beperkingen en dementie in deze groep relatief vaker voor. De groep mantelzorgers van niet-westerse komaf zal dan ook naar verwachting in 2030 vijf keer zo groot zijn.

Uit onderzoek  blijkt dat de hoeveelheid mantelzorg per groep verschilt. Marokkaanse 55+’ers ontvangen verreweg de meeste huishoudelijke en persoonlijke verzorging van familieleden (54%), gevolgd door Turkse ouderen (30%). Zo’n 21% van de Surinaamse 55+‘ers ontvangt deze hulp. Bij de Antilliaanse bevolkingsgroep is het percentage hetzelfde als in de autochtone groep: 10% (Van den Broek en Keuzekamp 2008).

Behoeften van mantelzorgers van niet-westerse komaf

  • Er is een behoefte aan informatie over ouderdomsziekten, medicijngebruik, palliatieve zorg (zorg in de laatste levensfase) en zorgvoorzieningen. Maar ook over financiële aspecten. 
  • Vertaling van informatie in de taal van herkomst is vaak gewenst. Soms dient dat mondeling te zijn, vanwege analfabetisme. 
  • Informatie over zorg indien men ouder wordt. Denk aan informatie over verpleeghuiszorg of over zorg rondom psychische ziektes die bij ouderdom komen kijken. 
  • Deze groep heeft behoefte aan lotgenotencontact met een verhoogde aandacht voor privacy. Zodat persoonlijke verhalen of twijfels niet algemeen bekend worden. 
  • Benadering voor ondersteuning kan soms in eigen taal en vooral aansluitend bij eigen culturele opvattingen worden gedaan.

Bronnen en meer lezen

Facebook Twitter LinkedIn

Inschrijven E-zine

  • Mevrouw Heer

expertisecentrummantelzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.